Prikkelverwerking / sensorische informatieverwerking
Ieder kind krijgt dagelijks allerlei prikkels binnen via de zintuigen. Denk aan geluiden, licht, aanrakingen en beweging. De hersenen verwerken deze zintuiglijke informatie, zodat een kind kan reageren op wat er in zijn omgeving en lichaam gebeurt. Dit noemen we sensorische informatieverwerking, ook wel prikkelverwerking genoemd.
Bij sommige kinderen verloopt deze verwerking anders. Prikkels kunnen sterker of juist minder sterk worden ervaren. Ook kan het lastig zijn om belangrijke prikkels van minder belangrijke prikkels te onderscheiden. Dit heeft invloed op hoe een kind zich voelt, beweegt en gedraagt.
Hoe herkent u problemen met prikkelverwerking?
Problemen met prikkelverwerking kunnen zich op verschillende manieren uiten. Het ene kind raakt snel overprikkeld, terwijl het andere kind juist extra prikkels opzoekt.
Zo kan uw kind bijvoorbeeld:
- Snel last hebben van harde geluiden, drukte of fel licht.
- Gevoelig zijn voor aanrakingen of kleding die kriebelt.
- Veel behoefte hebben aan bewegen, springen, draaien of wiebelen.
- Moeite hebben met stilzitten, concentreren of het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
- Onzeker zijn bij bewegen, schommelen of klimmen.
- Moeite hebben met het herkennen van lichamelijke signalen, zoals honger, verzadiging of aandrang om naar het toilet te gaan.
Deze reacties verschillen per kind en kunnen ook per situatie veranderen. Gedrag dat voor anderen moeilijk te begrijpen is, kan mogelijk verklaard worden door de manier waarop een kind informatie vanuit de zintuigen verwerkt.
Hoe werken onze zintuigen samen?
Bij sensorische informatieverwerking denken we vaak aan de vijf bekende zintuigen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Maar ook ons evenwichtsgevoel, houdings- en bewegingsgevoel en de signalen vanuit ons lichaam spelen een belangrijke rol.
Deze acht zintuigsystemen geven voortdurend informatie door aan de hersenen. Ze helpen ons bijvoorbeeld om ons evenwicht te bewaren, bewegingen goed uit te voeren en te herkennen wanneer we honger hebben of naar het toilet moeten.
Wanneer de verwerking van deze informatie anders verloopt, kan dat invloed hebben op dagelijkse activiteiten, gedrag en concentratie.
Hoe helpt de kinderergotherapeut?
De kinderergotherapeut onderzoekt hoe uw kind prikkels verwerkt en welke invloed dit heeft op dagelijkse activiteiten en gedrag. Dit gebeurt aan de hand van gesprekken, observaties en vragenlijsten voor ouders en eventueel leerkrachten. Zo ontstaat een beeld van welke prikkels uw kind sterker of minder sterk ervaart en waar het in het dagelijks leven tegenaan loopt.
Op basis hiervan wordt gekeken wat uw kind nodig heeft. Tijdens de behandeling oefent het kind spelenderwijs met verschillende zintuiglijke prikkels. Daarnaast zoeken we samen naar praktische oplossingen om beter met prikkels om te gaan. Denk aan het verminderen van storende prikkels, het aanbieden van extra beweging of het aanpassen van activiteiten en de dagstructuur.
Een belangrijk onderdeel van de begeleiding is het betrekken van de omgeving. Ouders, leerkrachten en andere betrokkenen krijgen inzicht in hoe uw kind prikkels verwerkt en hoe dit het gedrag beïnvloedt. Hierdoor wordt gedrag beter begrepen en kunnen verwachtingen, activiteiten en de omgeving worden aangepast aan wat uw kind nodig heeft.
Het doel is dat uw kind zich prettiger voelt, beter met prikkels leert omgaan en zo zelfstandig mogelijk kan deelnemen aan dagelijkse activiteiten.