Prikkelverwerking / sensorische informatieverwerking

Prikkelverwerking / sensorische informatieverwerking

Kinderen met sensorische informatieverwerkingsproblemen hebben, simpel gezegd, zintuigen die niet goed samenwerken. Dat heeft invloed op het gedrag van een kind. Anderen kunnen dat gedrag misschien als vreemd ervaren, of onaangepast. Maar in werkelijkheid krijgt het kind informatie over zijn omgeving of vanuit eigen lichaam anders binnen. Gedrag gebaseerd op SI-problematiek kan zich op een heleboel verschillende manieren uiten. Dat is wat herkenning van de SI-problematiek lastig maakt: de symptomen zijn bij ieder kind verschillend. Er zijn immers 7 zintuigen en die werken ook nog eens bij iedereen anders. Naast de zintuigen voor verwerken van licht, geluid, tast, smaak, reuk, evenwicht en houdings- en bewegingsgevoel (lichaamsbewustzijn) zijn er de intero-sensoren, interne zintuigen, die informatie geven over o.a. blaasgevoel, darmactiviteit, honger/verzadigingsgevoel.

Alle zintuigen werken samen om ervoor te zorgen dat we goed reageren op onze omgeving en lichaamsgebonden informatie. Ze informeren ons in feite over onze omgeving en over ons lichaam. Ze laten ons weten dat we bij een groen stoplicht door moeten rijden en ze vertellen ons dat we bij een volle blaas naar de wc moeten. Ze bestaan afzonderlijk van elkaar, geven ieder hun eigen signalen af, maar moeten uiteindelijk integreren en als één geheel functioneren. Gebeurt dat niet, dan is er sprake van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem. Binnen de praktijk richten we ons op sensorische informatieverwerkingsproblemen bij kinderen. Sensorische informatie komt sterker binnen, of juist minder sterk. Het kind neemt informatie uit de omgeving b.v. rommelig waar. Als gevolg daarvan reageert het anders op de omgeving.

De kinderfysio-/ ergotherapeut, gespecialiseerd op het gebied van de SI, onderzoekt waar de problemen vandaan komen, ondersteunt het kind in het verbeteren van zijn handelen en adviseert de betrokkenen bij het kind. Met als doel dat het kind optimaal kan functioneren. SI problematiek kan voorkomen als onderdeel van een andere diagnose: er is dan sprake van een overlappende diagnose: SI met b.v. ASS of ADHD.